‹ Terug naar het dossier

Vonnis in afgesplitste zaak (medegeldezel)

Kenmerk vonnis 10/118765-25 · 8 mei 2026 · Opgesteld door Rechtbank Havenstad (fictief)
RECHTBANK HAVENSTAD (FICTIEF)
Afdeling strafrecht · meervoudige kamer · vonnis
Parketnummer10/118765-25
VerdachteM. Sahin (een ándere geldezel uit hetzelfde netwerk)
Datum uitspraak8 mei 2026

1. De beschuldiging

Aan verdachte is — kort gezegd — schuldwitwassen ten laste gelegd: hij heeft zijn bankrekening ter beschikking gesteld waarop gelden van gedupeerde inleggers binnenkwamen, die hij vervolgens contant opnam en afdroeg.

2. Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht bewezen dat verdachte, gelet op de ongebruikelijke beloning, de geheimzinnige instructies en het uitblijven van enige legale verklaring voor de geldstroom, redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het geld van misdrijf afkomstig was. Dat hij naar eigen zeggen “niet precies wist” wat er speelde, doet daar niet aan af; juist het bewust niet-willen-weten rekent de rechtbank hem aan.

3. De beslissing

De rechtbank verklaart bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan schuldwitwassen en veroordeelt hem tot een taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf.

Aandachtspunt: dit vonnis betreft een andere verdachte uit hetzelfde netwerk. Het is geen bewijs tegen El Amrani, maar illustreert hoe een rechter het criterium "redelijkerwijs moeten vermoeden" toepast. Welke overwegingen zijn één-op-één relevant voor de positie van El Amrani — en waar moet u oppassen met die vergelijking?

Tip: selecteer tekst om die te markeren. Elke markering krijgt een code (M1, M2, …) waarnaar je in je antwoorden kunt verwijzen.

Disclaimer

Dit is een fictieve oefenomgeving. Alle namen, bedrijven, parketnummers, rekeningnummers, documenten etc. zijn verzonnen. Elke gelijkenis met bestaande personen, zaken of gebeurtenissen berust op toeval. De stukken zijn uitsluitend bedoeld om mee te oefenen en hebben geen juridische waarde. Dit is cursusmateriaal; deel het niet buiten de cursus. Deze website is geen uiting van de SSR, de Rechtspraak, het Openbaar Ministerie of de Rijksoverheid.